Afgelopen weekend sprak ik een schrijver. Hij vertelde me dat hij de laatste hand aan het leggen was aan zijn boek. Ik vroeg vol interesse door. Wat moet er nu nog gebeuren? Wie laat je het lezen? En wat doet de uitgever nog in dit stadium?

De uitgever was natuurlijk al op de hoogte, ze hadden een wekelijkse afspraak om de voortgang te bespreken. Zoals een goed schrijver betaamd gaf hij het boek vervolgens aan een grote kring van bekenden en fans ter beoordeling. Daarmee wilde hij zoveel mogelijk feedback ophalen om een goed product neer te zetten. Daarna volgde de professionele reviews op taal en inhoud. En tot slot verwerkt de uitgever alles tot een uit te geven boek. Met een voldane grijns op zijn gezicht sprak de schrijver: “En dan, dan is het af.”

Hoezo af?

Ik zag meteen veel parallellen tussen het proces van deze schrijver en de ontwikkeling van onze software. Want ook wij hebben heel veel afstemming met onze klanten tijdens het ontwikkelproces. Of bijvoorbeeld tijdens een bèta, wanneer de software eigenlijk al klaar is voor oplevering. En laat ik eerlijk zijn, wanneer een versie de deur uit is, is er toch zeker ook een bepaalde voldoening over het geleverde werk.

Maar af? Software is nooit af. Een boek kan gerust honderden jaren actueel blijven zonder ook maar één aanpassing, waar software tegenwoordig maar enkele jaren meegaat. Hoe komt dat dan? Ik denk dat er een heel aantal redenen te verzinnen zijn. Zoals continue technologische vernieuwingen. Daarmee veranderen de verwachtingen aan software ook doorlopend. Maar is dat nu echt de belangrijkste reden? Ik denk het niet.

Software is geen boek

Een boek is een statisch geheel. Het heeft een begin, een midden en een einde. En als je het leest verandert het niet. Software daarentegen verandert wel. Er komen nieuwe gebruikers bij die informatie toevoegen aan het systeem, of nieuwe cliënten met hun dossierinformatie. En zo neemt ook de kennis in het systeem voortdurend toe. En dat leidt tot nieuwe inzichten. Een scherm wat met een paar collega’s nog wel overzichtelijk was wordt ineens veel te vol en ingewikkeld. En daar heb je de eerste doorontwikkeling te pakken.

En ook de focus verandert in software continu. Want elke maand zijn er wel nieuwe wetenschappelijke of maatschappelijke ontwikkelingen die ervoor zorgen dat iets anders belangrijk wordt. En daarom verwacht je ook dat de software die je gebruikt deze verschuiving in focus faciliteert.

Hoe zorg je dat de software dan toch af komt?

Eigenlijk is software dus nooit klaar. Of het nu komt door veranderende techniek of hernieuwde inzichten van gebruik. Toch moet je elke keer dat je inlogt een “af” systeem kunnen gebruiken. Daarom is het belangrijk om altijd samen met gebruikers te blijven door ontwikkelen. Het “boek” moet eigenlijk altijd klaar zijn voor de volgende feedbackronde.

Dit kan heel eenvoudig zijn, vergelijkbaar aan wat de schrijver deed. Je kunt de software rondsturen ter beoordeling. Maar ik denk dat je beter eerder kunt beginnen met feedback ophalen. Nog voor je begint met bouwen, want alleen dan haal je alle feedback op. En alleen als je dit blijft doen met betrokken “lezers”, dan is je systeem niet alleen klaar voor vandaag, maar ook voor morgen.

Gerben Roebersen is Productmanager van mijnCaress

Share This